Is het alweer vakantie?

Het is de zin die docenten net zo vaak horen als een mode creatieveling de vraag: “Kun je ook even een broek voor me innemen?” Vaak bedoeld als grap, maar het blijft toch aan je knagen.

Na vier weken in het schooljaar merk ik dat mijn energie al wat minder vanzelf komt. Alles is nieuw: nieuwe klassen, nieuwe systemen, nieuwe roosters en nieuwe studenten. Het voelt een beetje als het inlopen van een paar nieuwe schoenen; blij met de aanwinst, maar ook pijnlijk hier en daar.

Dus sta ik op een vrijdagavond, met mijn laatste restje energie en een glas wijn in de hand, op een verjaardag. En daar valt-ie: “Jij hebt het zeker goed, met al die vakanties!” Ik glimlach. Ik overweeg kort om mijn werkuren uit te leggen; 1659 uur in 40 á 42 weken, alsof ik een wandelende Excel-sheet ben. Maar ik weet dat dat het gesprek alleen maar minder leuk maakt.

Want wat mensen niet zien, is dat vakantie voor docenten geen luxe-accessoire is. Het is de basis, het naaigaren die voorkomt dat de stof scheurt. Zonder die pauzes hou je het simpelweg niet vol. En zo vraag ik me soms af: moeten we rust niet net zo serieus nemen als werk? Want zonder het één, blijft er van het ander uiteindelijk weinig over.

Of, om het in mode-termen te zeggen: zonder garen, valt zelfs de mooiste jas uit elkaar.

Previous
Previous

De kop is eraf

Next
Next

Campagnetijd